Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[A],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Geïntimeerde huurde een appartement van appellant van juli 2013 tot maart 2016. Na inspectie door appellant tijdens geïntimeerde's vakantie werd de sleutel overgedragen en stelde appellant een eindafrekening op, waarbij hij kosten voor herstel en schoonmaak verrekende met de waarborgsom. De kantonrechter oordeelde dat zonder duidelijke beschrijving van het gehuurde de borg niet met herstelkosten verrekend mocht worden, en kende geïntimeerde terugbetaling en schadevergoeding toe.
In hoger beroep stond alleen de vraag centraal of appellant terecht de waarborgsom mocht verrekenen met herstel- en schoonmaakkosten en of geïntimeerde recht had op transportkosten voor zijn mountainbike. Het hof oordeelde dat slechts €25 aan herstelkosten terecht verrekend kon worden, en dat appellant het restant van de borg en de transportkosten van €166 aan geïntimeerde moest betalen.
Het hof vond onvoldoende bewijs voor schade aan voegwerk, bad, stucwerk en lambrisering die appellant aan geïntimeerde toerekende. Ook was geen gezamenlijk eindinspectierapport opgesteld, waardoor schade niet voldoende was vastgesteld. De schoonmaakkosten werden niet toegewezen omdat appellant geen schade had gesteld. De transportkosten voor de mountainbike werden als onrechtmatig handelen van appellant beoordeeld.
Het hof veroordeelde appellant tot betaling van €1.964 plus wettelijke rente en incassokosten, en stelde de proceskostenveroordeling van de kantonrechter in stand. Geïntimeerde werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen aan appellant.
Uitkomst: Appellant moet €1.964 plus rente en incassokosten aan geïntimeerde betalen, met gedeeltelijke verrekening van herstelkosten.