Q-Park vordert betaling van een schadevergoeding en het tarief voor een verloren kaart van de gedaagde, omdat op 24 februari 2024 haar auto zonder betaling de parkeergarage heeft verlaten via treintje rijden. De gedaagde voert verweer met onder meer niet-ontvankelijkheid en betwist de hoogte van de vordering.
De kantonrechter oordeelt dat de algemene voorwaarden van Q-Park van toepassing zijn en niet oneerlijk zijn. Het forfaitaire bedrag van € 373,81 is een redelijke prikkel tegen treintje rijden en staat in verhouding tot de belangen van Q-Park. Het verweer dat de bestuurder een neef was en niet de gedaagde wordt verworpen, omdat de gedaagde als kentekenhouder is aangesproken.
De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.