ECLI:NL:CRVB:2009:BI0644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid van conducteur na herhaalde gedragsproblemen
Appellant was sinds 1999 werkzaam als conducteur bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Amsterdam. Na meerdere incidenten, waaronder te laat komen, niet naleven van ziekteverlofregels en depottekorten, kreeg appellant diverse disciplinaire maatregelen opgelegd, waaronder voorwaardelijk strafontslag.
In 2005 werd appellant geschorst vanwege een depottekort en klachten over zijn functioneren. Het college besloot hem te ontslaan wegens ongeschiktheid voor de functie, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht het ontslagbesluit nam, omdat appellant ondanks herhaalde waarschuwingen en kansen niet verbeterde. De Raad vond dat het gedrag van appellant het aanzien van het vervoersbedrijf schaadde en de dienstverlening in gevaar bracht. De getuigenverklaring over collegialiteit deed hieraan niet af.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen reden voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.