ECLI:NL:CRVB:2009:BI0896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid
Appellante heeft haar werkzaamheden als telefoniste/receptioniste op 4 november 2002 gestaakt vanwege nek-, schouder- en rugklachten en heeft op 20 juli 2003 een aanvraag voor een WAO-uitkering ingediend. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor haar maatgevende werk. Het UWV weigerde daarom op 27 oktober 2003 de WAO-uitkering toe te kennen, wat bij bezwaar en beroep werd bevestigd.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellante vanaf 4 november 2003 in staat was haar eigen functie gedurende 40 uur per week te vervullen, mede op basis van medische rapporten van een neuroloog en reumatoloog. Medische informatie die na de datum in geschil was verkregen, kon geen invloed hebben op het oordeel. Ook de stelling dat haar werk een 'witte ravenbaan' betrof, werd verworpen omdat de functie beschikbaar was.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank gevolgd. De Raad achtte geen bijzondere omstandigheden aanwezig om af te wijken van het oordeel van de ingeschakelde deskundigen. Ook psychische klachten en persoonlijkheidskenmerken die appellante aanvoerde, werden door de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige adequaat beoordeeld en leidden niet tot andere conclusies. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.