ECLI:NL:CRVB:2009:BI1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake voortzetting WAO-uitkering en proceskostenvergoeding
Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens vermeende afname van arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar gegrond en werd de uitkering per 5 november 2005 ongewijzigd voortgezet met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Appellante trok daarop het beroep in, maar verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en schade, waaronder rente over de na te betalen uitkering en kosten van rechtsbijstand, vertalingen en leningen. De rechtbank wees het verzoek grotendeels af, behalve een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand, vergoeding van kosten deskundigen en wettelijke rente.
In hoger beroep stelde appellante dat de schade volledig vergoed moest worden, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad oordeelde dat alleen wettelijke rente en forfaitaire proceskostenvergoeding toewijsbaar zijn, en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Kosten voor vertalingen en aangetekende brieven komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen reden om proceskosten in hoger beroep toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd waarbij alleen wettelijke rente en forfaitaire proceskostenvergoeding worden toegekend.