ECLI:NL:CRVB:2009:BI1982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ZW-uitkering wegens geen rechtstreeks verband met zwangerschap
Appellante, werkzaam als verkoopster, meldde zich ziek vanwege psychische klachten die verband hielden met de gezondheidstoestand van haar gehandicapte dochter. Het UWV weigerde haar ZW-uitkering vanaf 12 mei 2004 omdat de klachten niet direct voortkwamen uit zwangerschap of bevalling.
Appellante diende meerdere verzoeken in tot herbeoordeling, onderbouwd met medische verklaringen van een psychiater, orthopedisch chirurg en huisarts. Het UWV handhaafde het standpunt na deskundigenoordeel en bezwaarprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd is een eerdere afwijzing inhoudelijk te heroverwegen, maar dat bij handhaving van het besluit de rechter zich moet beperken tot de vraag of sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad concludeerde dat de nieuwe medische gegevens geen nieuw feit vormden, omdat de postpartale depressie al bekend was en destijds in de beoordeling was betrokken. Het bestreden besluit werd daarom bevestigd en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ZW-uitkering omdat de klachten geen rechtstreeks gevolg zijn van zwangerschap of bevalling.