ECLI:NL:CRVB:2009:BI2200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband op grond van opheffing van de betrekking en herplaatsingsinspanningen
Appellant was sinds 1988 werkzaam bij de gemeente ’s-Gravenhage en werd per 1 augustus 2006 ontslagen wegens opheffing van zijn betrekking, conform artikel 228, eerste lid, aanhef en onder a, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat appellant onvoldoende nieuwe gronden heeft aangevoerd in hoger beroep en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Er is geen bepaling die vereist dat er meerdere functiebiedingen moeten zijn gedaan voordat tot ontslag kan worden overgegaan. De gemeente heeft voldoende inspanningen verricht om appellant binnen of buiten het gemeentelijk onderwijs te herplaatsen, waaronder het aanbieden van taalcursussen en een outplacementtraject.
Appellant slaagde niet voor het NT2-diploma, wat deelname aan scholing en herplaatsing bemoeilijkte. Ook werd een functie als conciërge aangeboden, maar appellant reageerde hier niet positief op. De Raad stelt vast dat de afvloeiingsvolgorde, waarbij de kortste diensttijd eerst wordt ontslagen, is nageleefd en dat het Sociaal Plan geen andere criteria zoals uitkeringsrechten kent.
De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigt het bestreden besluit tot ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd omdat voldoende herplaatsingsinspanningen zijn verricht en de afvloeiingsvolgorde is nageleefd.