ECLI:NL:CRVB:2009:BI2249
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering WUV-uitkering wegens niet voldoen aan vervolgings- en nationaliteitseisen
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in maart 2002 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Deze aanvraag werd geweigerd omdat het verblijf van appellante in een kamp werd aangemerkt als opvangkamp en niet als vervolging in de zin van de Wet. Tevens voldeed zij niet aan de eisen van nationaliteit en territorialiteit. Appellante maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het rechtens verbindend werd.
In mei 2007 verzocht appellante om herziening van dit besluit en om gelijkstelling met de vervolgde, mede vanwege het overlijden van haar vader in 1942. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of gegevens waren die aanleiding gaven tot herziening. De Raad concludeerde dat appellante geen vervolging had ondergaan en niet voldeed aan de nationaliteitsvereisten, waardoor gelijkstelling niet mogelijk was.
Appellante voerde tevens aan dat de Wet een ongerechtvaardigd onderscheid maakt op grond van ras en nationaliteit, in strijd met artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). De Raad oordeelde dat de wetgever met de Wet een solidariteitsplicht nastreeft jegens personen die daadwerkelijk vervolging hebben ondergaan en de Nederlandse nationaliteit bezitten, en dat dit onderscheid gerechtvaardigd is.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Het bestreden besluit kon in rechte standhouden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de vereisten van vervolging en nationaliteit.