ECLI:NL:CRVB:2009:BI2556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar tegen arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 25 tot 35%, terwijl zij eerder een hogere mate van arbeidsongeschiktheid had. De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd vanwege onvoldoende arbeidskundige motivering en het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege haar gezondheid niet meer dan 20 uur per week kon werken en dat de functies die haar waren toegewezen een hogere urenomvang en belastende werkzaamheden bevatten. De Raad oordeelde echter dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was en dat de aanzegbrief geen gerechtvaardigde verwachting schepte dat 4 uur per dag de maximale arbeidsduur was.
Het Uwv had een nieuw besluit genomen waarin de arbeidsbelasting in de functies nader was toegelicht en als passend werd beoordeeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het nieuwe besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.