ECLI:NL:CRVB:2009:BI3714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating vrijwillige AOW-verzekering na vertrek uit Nederland
Appellant, geboren in 1940, verhuisde in februari 1997 met zijn echtgenote naar Spanje. In december 2004 vroeg hij een ouderdomspensioen aan op grond van de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem vanaf oktober 2005 een AOW-pensioen toe van 84% van het volledige bedrag, omdat hij tussen 27 februari 1997 en 22 oktober 2005 niet verzekerd was geweest.
Appellant verzocht vervolgens om toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering vanaf zijn vertrek uit Nederland, maar de Svb wees dit af omdat hij na vertrek niet verplicht verzekerd was gebleven voor een Nederlandse sociale verzekering, zoals vereist onder het Koninklijk Besluit 720. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij op grond van het arrest Van Pommeren-Bourgondiën en KB 720 alsnog toegelaten moest worden tot de vrijwillige verzekering. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet als gewezen verzekerde in de zin van KB 720 kan worden beschouwd, omdat hij niet verplicht verzekerd bleef en geen aanspraak had op vrijwillige verzekering. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering en handhaaft de korting van 16% op het AOW-pensioen.