ECLI:NL:CRVB:2009:BI9105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing indicatie huishoudelijke verzorging wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellante had een aanvraag ingediend voor verlenging van de indicatie voor huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ. Het CIZ wees deze aanvraag af omdat het inzetten van thuiszorg een anti-revaliderend effect zou hebben en er nog behandelmogelijkheden waren voor de aandoening die de huishoudelijke beperkingen veroorzaakte. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het oordeel van de medisch adviseur van het CIZ onderschreef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het onderzoek van het CIZ niet volledig was. De CIZ-arts had onvoldoende gewicht toegekend aan het advies van de neuroloog prof. dr. Van Tilburg, die stelde dat appellante de huishoudelijke activiteiten slechts met moeite kon uitvoeren door een combinatie van pijnsyndroom en depressie. De Raad stelde dat het CIZ had moeten nagaan of appellante onder psychiatrische behandeling was en in hoeverre thuiszorg anti-revaliderend zou werken.
De Raad vernietigde daarom het besluit van het CIZ en de uitspraak van de rechtbank. Het CIZ werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze overwegingen. Tevens werd het CIZ veroordeeld in de proceskosten van appellante. De uitspraak benadrukt het belang van een volledig en zorgvuldig medisch onderzoek bij indicatiestelling voor huishoudelijke verzorging.
Uitkomst: Het besluit van het CIZ tot afwijzing van de indicatie voor huishoudelijke verzorging wordt vernietigd en het CIZ moet een nieuw besluit nemen.