ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1740

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-181 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:2 AwbArt. 4:5 AwbWet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvraag bijstandsuitkering terecht buiten behandeling gesteld wegens niet verstrekken gevraagde gegevens

Appellant diende op 22 oktober 2007 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren. Het College verzocht appellant om aanvullende gegevens, waaronder bewijs van besteding van de opbrengst van de verkoop van een auto en toelichting op bankmutaties. Omdat appellant niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldeed, stelde het College de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat het College terecht om de gevraagde gegevens had verzocht, die noodzakelijk waren voor een juiste beoordeling van het recht op bijstand. De stelling van appellant dat hij niet over de gegevens kon beschikken werd verworpen.

De Raad concludeerde dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat het gebruik van deze bevoegdheid redelijk was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van de gevraagde gegevens.

Uitspraak

09/181 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 4 december 2008, 08/337 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren (hierna: College)
Datum uitspraak: 23 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F. Bakker, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E. van Wolde, kantoorgenoot van mr. Bakker. Het College heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant heeft op 22 oktober 2007 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend.
1.2. Bij brief van 26 oktober 2007 heeft het College aan appellant verzocht om de voor de behandeling van de aanvraag nog ontbrekende gegevens alsnog in te leveren vóór 9 november 2007. Daarbij gaat het - voor zover hier van belang - om bewijs van besteding van gelden ontvangen uit de verkoop van een [merknaam auto] en om stukken waaruit de herkomst blijkt van stortingen op rekeningnummer [rekening nummer]
1.3. Bij besluit van 12 november 2007 heeft het College de aanvraag van appellant met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld op de grond dat appellant niet heeft voldaan aan het verzoek om vóór 9 november 2007 de gevraagde gegevens te verstrekken.
2. Bij besluit van 10 maart 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 12 november 2007 ongegrond verklaard.
3.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 10 maart 2008 ongegrond verklaard.
3.2. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4.2. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad is voor een juiste beoordeling van het recht op bijstand inzicht vereist in de financiële situatie van de betrokkene ten tijde van de bijstandsaanvraag en gedurende de aan de bijstandsaanvraag voorafgaande periode. In dat licht heeft het College terecht verzocht om bewijs van de besteding van de opbrengst van de verkoop van de [merknaam auto] op 24 oktober 2007, alsmede om een toelichting op een aantal mutaties betreffende rekeningnummer [rekeningnummer] vanaf 15 augustus 2006. Vaststaat dat appellant niet binnen de gegeven hersteltermijn heeft voldaan aan dat verzoek. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de stelling van appellant dat hij niet kon beschikken over de door het College gevraagde gegevens niet kan worden gevolgd. Ter toelichting op de besteding van de opbrengst van de [merknaam auto] en op de door het College aangegeven mutaties heeft appellant onder meer gewezen op het aflossen van aan hem verstrekte leningen. Niet valt in te zien dat appellant redelijkerwijs niet de beschikking heeft kunnen krijgen over bewijsstukken betreffende het aangaan en aflossen van de door hem gestelde leningen.
4.3. Het College was dan ook bevoegd om de aanvraag van 22 oktober 2007 met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling te stellen. In hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandelingstelling van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken.
4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en C. van Viegen en H.C.P. Venema als leden, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2009.
(get.) R.H.M. Roelofs.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
RB