ECLI:NL:CRVB:2026:574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheidsbeslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg inzake de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld door het UWV. Tijdens de procedure wijzigde het UWV zijn standpunt en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%, waarmee het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellant in hoger beroep had gemaakt. De Raad oordeelde dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed en dat nu alleen de in hoger beroep gemaakte kosten vergoed moesten worden.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van € 2.335,- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 138,-. De zaak werd zonder nadere zitting afgedaan omdat partijen geen nadere behandeling wensten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht.