ECLI:NL:CRVB:2026:588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische gegevens
Appellante diende in 2014 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die werd geweigerd omdat zij na haar achttiende verjaardag meer dan een jaar had gewerkt en het minimumloon verdiende. In 2022 vroeg zij opnieuw een uitkering aan, met medische informatie over psychische aandoeningen, maar het UWV concludeerde dat zij in de relevante periode over arbeidsvermogen beschikte en weigerde terug te komen op het eerdere besluit.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er onvoldoende medische gegevens beschikbaar waren om haar belastbaarheid op haar zeventiende en achttiende jaar vast te stellen. De Raad volgde dit oordeel en benadrukte dat het ontbreken van medische informatie bij een laattijdige aanvraag voor rekening van de aanvrager komt.
Appellante voerde aan dat haar psychische klachten en jeugdige omstandigheden niet voldoende werden meegewogen, maar de Raad oordeelde dat dit geen reden was om af te wijken van de vaste rechtspraak. Ook het beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag slaagde niet, omdat zij na haar WAO-uitkering diverse dienstverbanden had.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en liet de weigering van de Wajong-uitkering in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische gegevens.