ECLI:NL:CRVB:2026:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, voormalig keukenmonteur, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Deze uitkering werd per 1 maart 2018 beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% was gedaald. In 2021 meldde appellant toegenomen klachten door COPD, maar het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen omdat deze beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen als de eerdere hartklachten.
De rechtbank stelde vast dat de COPD een nieuwe ziekteoorzaak is en dat er geen medische onderbouwing was voor een toename van de hartklachten. Appellant voerde aan dat COPD en hartklachten vaak samen voorkomen, maar kon dit niet met nieuwe medische informatie onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde oorzaak voortkomen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan appellant. De medische beoordeling was zorgvuldig en er was geen aanleiding tot het raadplegen van een deskundige.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkomen.