ECLI:NL:CRVB:2026:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat zij geen arbeidsvermogen heeft, maar dat deze situatie niet duurzaam is. De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen de weigering van de uitkering ongegrond verklaard en het UWV-standpunt gevolgd dat er nog behandelopties zijn die herstel mogelijk maken.
Appellante voerde aan dat de gevolgen van geweld door haar vader onvoldoende zijn meegewogen en dat er reden is een onafhankelijke deskundige te raadplegen. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is omdat er nog perspectief op verbetering bestaat.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat duurzaamheid betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Het UWV heeft aannemelijk gemaakt dat er nog kansen op verbetering zijn, mede op basis van een psychiatrische expertise en het behandeladvies van de behandelend psychiater.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De Raad wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.