ECLI:NL:RBDHA:2026:10420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding
Eiseressen, zussen met de Afghaanse nationaliteit, dienden een aanvraag in voor een visum kort verblijf om familie te bezoeken in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Afghanistan en twijfel over het vertrek na het verblijf.
Eiseressen betoogden dat zij wel degelijk sociale binding hebben, omdat zij bij hun ouders wonen die afhankelijk zijn van hun zorg, en dat zij economisch actief en zelfredzaam zijn met arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaringen. Verweerder stelde dat de bewijsstukken onvoldoende objectief en verifieerbaar waren en dat er geen bijzondere zorgplicht voor de ouders bestond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de sociale en economische binding onvoldoende is aangetoond. Ook was het niet nodig om eiseressen te horen, omdat het bezwaar geen kans van slagen had. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.