Eiseres is eigenaar van twee niet-woningen die zij verhuurt, en betwist de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd door de gemeente Vlaardingen voor het jaar 2021. De aanslagen zijn gebaseerd op een gewijzigde Verordening waarbij de OZB-lasten voor gebruikers van niet-woningen zijn afgeschaft en volledig zijn overgeheveld naar de eigenaren. Eiseres stelt dat deze wijziging onrechtmatig is en strijdig met het evenredigheidsbeginsel, het verbod op misbruik van bevoegdheid en het EVRM.
De rechtbank overweegt dat de gemeenteraad op grond van de Gemeentewet een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij het vaststellen van OZB-tarieven en dat de lastenverschuiving een financiële maatregel is die tevens een prikkel vormt voor eigenaren om leegstand tegen te gaan. De motivering van de gemeenteraad is voldoende en de verhoging van het tarief is niet onredelijk of willekeurig, ook al is de stijging fors. De rechtbank acht het niet onredelijk dat eiseres de aanslag niet volledig kan doorbelasten aan huurders.
Verder oordeelt de rechtbank dat het tegengaan van leegstand een legitiem beleidsdoel is en dat het bestaan van een leegstandswet niet uitsluit dat de gemeente ook via OZB-tarieven leegstand kan bestrijden. De aanslagen schenden het eigendomsrecht uit het EVRM niet omdat het tarief proportioneel is. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.