ECLI:NL:RVS:2026:2920
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting bedrijfspand wegens vermoedens grootschalige hennepteelt en vergoeding overschrijding redelijke termijn
De burgemeester van Den Haag heeft op 20 mei 2021 een bedrijfspand gesloten voor zes maanden vanwege aanwijzingen dat het pand werd gebruikt voor grootschalige hennepteelt. Dit besluit werd ondersteund door een integrale controle en een proces-verbaal van de politie over strafbare voorbereidingshandelingen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de sluiting ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De appellant voerde aan dat de goederen in zijn winkel ook voor hobbygebruik konden zijn en dat de nadelige gevolgen van de sluiting onevenredig waren. Tevens stelde hij dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de inbeslagname van goederen.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat de maatregel noodzakelijk en evenwichtig was. De inbeslagname van goederen viel buiten het bestuursrechtelijke besluit en werd in een strafrechtelijk kader beoordeeld. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden met ruim elf maanden, waarvoor de appellant een immateriële schadevergoeding van €1.000,- werd toegekend. De Staat werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in verband met dit verzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen en de appellant ontvangt een schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn.