Eiser, eigenaar van een pand in Groningen, diende een aanvraag in voor vergoeding van bijkomende kosten gerelateerd aan mijnbouwschade. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) kende een beperkte vergoeding toe en wees een groter deel van de kosten af. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het bezwaar gedeeltelijk werd gehonoreerd met een vergoeding van €1.306,80.
De rechtbank beoordeelde het beroep en oordeelde dat het Instituut terecht niet alle gevorderde kosten vergoedde. Kosten voorafgaand aan het adviesrapport, zoals juridische en bouwkundige advieskosten, kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat zij niet voldeden aan de dubbele redelijkheidstoets. Ook de fiscale gevolgschade en de gevraagde voorschotten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan wettelijke grondslag.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen extra overlastvergoeding toekomt omdat reeds een maximale vergoeding was toegekend en de procedure binnen een jaar was afgerond. Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit van 1 februari 2024 bleef in stand, en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.