ECLI:NL:CBB:1997:ZG2071
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Wagtendonk
- G.F. Pieters
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid en schadevergoeding bij intrekking specifieke referentiehoeveelheid melk
Appellante, een maatschap, kreeg op grond van de BSD een voorlopige specifieke referentiehoeveelheid melk toegekend. Na onderzoek door de Algemene Inspectiedienst werd de definitieve toekenning ingetrokken omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden. Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat gegrond werd verklaard, waarna zij schadevergoeding eiste wegens onrechtmatige intrekking.
Het College oordeelt dat de onrechtmatigheid van het primaire besluit niet volgt uit het gegrond verklaren van het bezwaar, omdat het primaire besluit moet worden beoordeeld op basis van de toen beschikbare gegevens. Verweerder had echter onvoldoende navraag gedaan alvorens het besluit te nemen, wat voor rekening van verweerder komt. Desondanks is het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond omdat dit besluit geen nadelige gevolgen voor appellante heeft.
Ten aanzien van het schadeverzoek oordeelt het College dat de weigering van verweerder om het bezwaarschrift ontvankelijk te verklaren onjuist was. Een verzoek om schadevergoeding als gevolg van een bestuursrechtelijk besluit kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling en dus als een besluit in de zin van de Awb. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met opdracht aan verweerder om opnieuw te beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het schadeverzoek wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.