2. De vaststaande feiten
Bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening gaat de president allereerst uit van de feiten en omstandigheden, zoals vastgesteld in zijn aan partijen bekende uitspraak van 28 augustus 1998, in de zaken nrs. AWB 98/854, 98/855, 98/863, 98/882 en 98/883.
Voorts gaat de president uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Bij schrijven van 21 augustus 1998 heeft verzoekster haar op 18 augustus 1998 ingediende bezwaarschrift aangevuld.
Bij brief van 27 augustus 1998 heeft verweerder verzoekster bericht dat hij zich terzake zal laten adviseren door de VWS-commissie bezwaarschriften Awb (hierna ook: de bezwaarschriftencommissie) en dat de termijn voor de beslissing op het bezwaarschrift is verlengd tot 1 december 1998.
Bij brief van 3 september 1998 heeft de bezwaarschriftencommissie verzoekster bericht dat de hoorzitting is bepaald op dinsdag 27 oktober 1998.
Verzoekster heeft bij brief van 13 oktober 1998 wederom een aanvullend bezwaar-schrift ingediend. Zij heeft daarbij te kennen gegeven de gronden in de door Bayer B.V., Bayer AG, Sumitomo Benelux B.V. en Sumitomo Chemical Company Ltd. op 5 oktober 1998 ingediende aanvullende bezwaarschiften, welke waren voorzien van tientallen bijlagen, tot de hare te maken, en als herhaald en ingelast te willen beschouwen. Bij brief van 15 oktober 1998 heeft de bezwaarschriftencommissie verzoekster te kennen gegeven dat vanwege de gecompliceerde technische aard van de door verzoekster toegezonden aanvullende stukken, het CTB niet in staat is een verweerschrift op te stellen. Tevens is verzoekster medegedeeld dat de commissie de geplande hoorzitting van 27 oktober 1998 wenst te benutten voor overleg omtrent de verdere procedurele gang van zaken.
Verzoekster heeft bij brief van 20 oktober 1998 aangegeven dat wat haar betreft de hoorzitting van 27 oktober 1998 doorgaat, mits daar ook een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift plaatsvindt.
Bij brief van 22 oktober 1998 is verzoekster te kennen gegeven dat tijdens de zitting van 27 oktober 1998 uitsluitend procedurele aspecten zullen worden besproken en dat de inhoudelijke kanten van de zaak in een latere hoorzitting zullen worden behandeld.
In het door voorzitter en secretaris van de bezwaarschriftencommissie ondertekende verslag van de hoorzitting van 27 oktober 1998 is onder meer het volgende opgenomen:
" De partijen komen uiteindelijk ter zitting overeen dat de inhoudelijke aspecten van de onderhavige bezwaarschriften ter hoorzitting van 2 februari 1999 zullen kunnen worden besproken."
Bij brief van 2 november 1998 heeft verzoekster de bezwaarschriftencommissie verzocht de termijn voor de inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift in te korten.
Bij brief van 10 november 1998 heeft de bezwaarschriftencommissie gereageerd door te wijzen op de tussen partijen ter hoorzitting gemaakte afspraken.
Bij brief van 18 december 1998 heeft verzoekster bij verweerder een bezwaarschrift ingediend tegen de fictieve weigering om voor 1 december 1998 een beslissing op het bezwaarschrift te nemen, met verzoek de toelating van de onderwerpelijke bestrijdingsmiddelen met ingang van 1 september 1998 alsnog te verlengen.