ECLI:NL:CBB:1998:ZG1801
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- D. Roemers
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke tuchtzaak over beheer vermogen en bestuursgeschil bij stichting registeraccountants
Appellant, penningmeester van een stichting van registeraccountants, werd door de raad van tucht gegrond bevonden op een klacht over zijn beheer van het stichtingsvermogen en het niet afleggen van verantwoording. De klacht betrof onder meer het zonder geldig bestuursbesluit overboeken van een bedrag van fl 318.000,-- naar een rekening van een onbekende vennootschap en het niet terugstorten van het volledige bedrag.
Appellant voerde in beroep 43 grieven aan, waaronder dat de klacht niet-ontvankelijk was omdat de indiening niet rechtsgeldig was, dat er sprake was van een interne bestuursruzie en dat hij niet als openbaar accountant handelde. Het College oordeelde dat de klacht ontvankelijk was omdat een bestuurslid de stichting rechtsgeldig kon vertegenwoordigen en dat het ontbreken van expliciete machtiging van de bewindvoerder niet tot niet-ontvankelijkheid leidde.
Het College stelde vast dat weliswaar overleg had plaatsgevonden over het beheer van het deposito, maar dat appellant het geld eigenmachtig had overgeboekt naar een rekening waarover alleen hij kon beschikken. Hij had niet tijdig verantwoording afgelegd en had onzorgvuldig gehandeld. Wel was het verwijt lichter dan door de raad van tucht aangenomen. Het College vernietigde de bestreden beslissing, verklaarde de klacht gegrond en legde een schriftelijke berisping op als passende maatregel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden beslissing vernietigd, de klacht gegrond verklaard en een schriftelijke berisping opgelegd.