ECLI:NL:CBB:1999:AA3582
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Lourens
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking taxivergunning wegens verboden loonpachtconstructie
Appellante, een coöperatieve taxionderneming, maakte bezwaar tegen het besluit van het openbaar lichaam Taxivervoer Amsterdam e.o. tot intrekking van haar vergunning voor taxivervoer met vijf auto's. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De kern van het geschil betrof het gebruik door appellante van een verboden loonpachtconstructie, waarbij taxi's aan derden werden verpacht, wat in strijd is met artikel 23, tweede lid, van de Taxiverordening Amsterdam, Zaanstreek en Meerlanden. Appellante voerde aan dat het onderzoek van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam een onjuist beeld gaf en dat de intrekking disproportioneel was gezien het gedoogbeleid van verweerder en de gevolgen voor het bedrijf.
Het College oordeelde dat het onderzoek geen onjuist beeld gaf en dat de overtredingen structureel en stelselmatig waren. De intrekking van de vergunning was een passende maatregel ter bescherming van het belang dat taxi-ondernemers de geldende CAO-verplichtingen naleven. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.