ECLI:NL:CBB:1999:AE7850
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- C.M. Wolters
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanwijzing minister en tariefbesluit inzake korting eigen vermogen AWBZ-instellingen
Appellante, een instelling voor gehandicaptenzorg, stelde beroep in tegen een tariefbesluit van het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (COTG) dat een korting oplegt op de groei van het eigen vermogen van instellingen in de care-sector. Deze korting is gebaseerd op een aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die streeft naar het afremmen van de groei van exploitatieoverschotten en eigen vermogens.
Appellante voerde aan dat de minister onjuiste veronderstellingen hanteerde over de omvang en noodzaak van de eigen vermogens, dat de gebruikte definities van vermogen onjuist waren en dat de korting zou leiden tot een onrechtmatige aantasting van het eigen vermogen. Zij stelde dat de aanwijzing onvoldoende gemotiveerd was, willekeurig en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het College overwoog dat de minister op basis van enquêtes naar exploitatieresultaten een redelijke grond had om de korting in te stellen, die slechts de groei van het eigen vermogen remt en niet het vermogen zelf aantast. De ruime definitie van niet-vreemd vermogen was passend voor het beleidsdoel. Ook het flankerend beleid ter compensatie van instellingen met financiële problemen werd meegewogen. Het College oordeelde dat de aanwijzing en het daarop gebaseerde tariefbesluit niet onredelijk of willekeurig zijn en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen het tariefbesluit en de ministeriële aanwijzing wordt ongegrond verklaard.