ECLI:NL:CBB:2000:AA7405
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- M.J. Kuiper
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsbijdrage pensioen-bv onder Wet kamers van koophandel en fabrieken 1997
Cheops Holding B.V., een besloten vennootschap zonder werkzame personen en met een maatschappelijk kapitaal van 89.280 gulden, maakte bezwaar tegen een heffingsbijdrage van de Kamer van Koophandel op grond van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997. Appellante stelde dat zij geen onderneming drijft omdat zij slechts een deelneming houdt en pensioen beheert, en dat zij daarom slechts een lagere bijdrage verschuldigd zou zijn.
De Kamer van Koophandel stelde dat op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad (Hirschmann-arrest) een besloten vennootschap met activa en activiteiten wordt aangemerkt als onderneming. Het College bevestigde deze uitleg en wees het beroep af. Het College oordeelde dat de Wet en het Besluit heffingen een indeling per categorie ondernemingen maken op basis van rechtsvorm en grootte, en dat deze indeling objectief en redelijk is.
Verder overwoog het College dat het profijtbeginsel en de doelmatigheid van de uitvoering rechtvaardigen dat niet voor elke individuele onderneming een aparte heffing wordt vastgesteld. Ook het argument dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden door de categorisering werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van Cheops Holding B.V. tegen de heffingsbijdrage wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Kamer van Koophandel blijft in stand.