ECLI:NL:CBB:2000:AA8076
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving als werkzoekende wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellante, geboren in de voormalige Sovjet-Unie en sinds 1993 in Nederland verblijvend, werd geweigerd als werkzoekende ingeschreven door de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Midden en West Brabant omdat zij op het moment van de aanvraag geen geldige verblijfsvergunning bezat. Ondanks een uitspraak van de rechtbank die haar bezwaar tegen het paspoortvereiste gegrond verklaarde en een voorlopige voorziening die haar behandelde alsof zij een vergunning had, bleef de inschrijving geweigerd.
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 69 van Pro de Arbeidsvoorzieningswet 1996, dat vereist dat vreemdelingen beschikken over een verblijfsvergunning zonder beperkingen voor arbeid om zich als werkzoekende te kunnen inschrijven. Het College oordeelde dat de voorlopige voorziening geen verblijfsrechtelijke status geeft die gelijkgesteld kan worden aan een vergunning zoals bedoeld in de wet.
Appellante stelde dat de voorlopige voorziening en rechterlijke uitspraken voldoende waren om haar inschrijving toe te staan, en dat de Regionale Directie haar eigen beslissingsbevoegdheid onvoldoende had benut. Het College verwierp dit en stelde dat zonder definitieve verblijfsvergunning geen recht op inschrijving bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van inschrijving als werkzoekende wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.