ECLI:NL:CBB:2000:AA8268
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bestuursdwang taxivervoer zonder vergunning
Verzoeker diende een bezwaarschrift in tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot toepassing van bestuursdwang wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning. De bestuursdwang bestond uit het beletten van verder vervoer met een taxi die op naam van verzoeker stond, terwijl hij niet als vennoot van de v.o.f. was ingeschreven die de vergunning bezat.
Verzoeker betoogde dat de bestuursdwang onterecht was toegepast omdat het vervoer plaatsvond binnen het bedrijf van de v.o.f. die wel een vergunning had, en dat de beschikking onduidelijk was over de vervoerder. Daarnaast stelde hij dat de bestuursdwang disproportioneel en onzorgvuldig was en dat er geen spoedeisend belang bestond.
De president oordeelde dat verzoeker ten tijde van de controle voor eigen rekening en risico taxivervoer verrichtte en terecht als vervoerder werd aangemerkt. De bestuursdwang was nog steeds van kracht en verzoeker had belang bij de voorlopige voorziening. Echter, omdat verzoeker sinds medio oktober zijn beroep weer uitoefent en geen spoedeisend belang meer bestond, werd het verzoek afgewezen.
De v.o.f. werd niet als belanghebbende aangemerkt en het verzoek tot toelating als partij werd eveneens afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door president R.R. Winter op 27 oktober 2000.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuursdwang wordt afgewezen en de v.o.f. wordt niet als partij toegelaten.