ECLI:NL:CBB:2000:AA9117
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing subsidieaanvraag exportfinancieringsarrangement scheepsbouw
Appellante diende op 30 december 1999 een subsidieaanvraag in voor exportfinanciering van vier zeeschepen, met een subsidiebedrag van maximaal 10 miljoen gulden. Verweerder wees de aanvraag af omdat volgens hem de aanvraag pas op 17 januari 2000 voldeed aan de wettelijke vereisten, terwijl het budget per die datum al was uitgeput. Appellante stelde dat de aanvraag op 30 december 1999 volledig was en dat verweerder ten onrechte de datum van ontvangst had vastgesteld.
Tijdens de procedure bleek dat verweerder de essentiële bijlage, de bankofferte, reeds bij de aanvraag had ontvangen, maar deze administratief was gescheiden van de bevestiging van acceptatie die op 17 januari werd toegezonden. Het College oordeelde dat de aanvraag op 30 december 1999 voldeed aan de vereisten en dat de afwijzing op basis van de latere datum onjuist was.
Het College vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen een gestelde termijn opnieuw op het bezwaar moet beslissen, rekening houdend met de juiste datum van ontvangst. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan appellante. Het College benadrukte dat het risico van het sluiten van contracten voorafgaand aan subsidiebeslissing in principe voor rekening van de ondernemer blijft, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De uitspraak onderstreept het belang van correcte procedurele toepassing van de Algemene wet bestuursrecht en het vertrouwen van aanvragers in de subsidieverlening, waarbij een wijziging in de praktijk zonder adequate communicatie niet zonder meer aan hen kan worden tegengeworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.