ECLI:NL:CBB:2000:AA9274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing energie-investeringsaftrek wegens te late melding
Appellante heeft een beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin haar verzoek om een verklaring voor energie-investeringsaftrek werd afgewezen wegens het niet tijdig melden van de investering. De melding van de investering werd gedaan op 6 mei 1998, terwijl de datum van aanvang van de voortbrengingskosten 21 januari 1998 was, wat betekent dat de melding meer dan drie maanden na het aangaan van verplichtingen plaatsvond.
Het geschil draait om de uitleg en toepassing van artikel 11 van Pro de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek, die voorschrijft dat meldingen binnen drie maanden na het aangaan van verplichtingen moeten worden gedaan. Appellante voerde aan dat de te late indiening het gevolg was van een misverstand met de installateur en verzocht alsnog om toewijzing van de energie-investeringsaftrek.
Het College oordeelde dat de termijnvoorschriften duidelijk zijn en dat de omstandigheden van appellante binnen haar eigen risicosfeer vallen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van het termijnvoorschrift konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te late melding van de investering.