ECLI:NL:CBB:2000:AA9279
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kredietvaststelling en bijdragen derden bij ontwikkelingskrediet
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken tot vaststelling van het kredietbedrag voor een ontwikkelingsproject, waarbij een correctie werd toegepast wegens bijdragen van derden die als ontwikkelingskosten waren gedeclareerd.
De Regeling technische ontwikkelingskredieten 1987 bepaalt dat krediet slechts wordt verstrekt voor kosten die door de ondernemer zelf zijn gemaakt, betaald en voor zijn rekening en risico komen. Het College oordeelde dat bijdragen van derden niet als voor rekening van appellante komende kosten kunnen worden aangemerkt en daarom niet voor kredietverlening in aanmerking komen.
Appellante voerde aan dat Senter akkoord was met de financiering door derden en dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat het kredietbedrag gelijk zou zijn aan de verstrekte voorschotten. Het College vond geen bewijs voor toezeggingen of gedragingen die dit vertrouwen rechtvaardigen.
Verder oordeelde het College dat de strikte toepassing van de Regeling niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot kredietvaststelling bevestigd.