ECLI:NL:CBB:2000:AU1256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.J. Kuiper
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing tegemoetkoming schade door besmetting met trips in ficusteelt
Appellant, een ficusteler, verzocht de Minister van Landbouw om een tegemoetkoming in schade veroorzaakt door de tripssoort Thrips palmi, een quarantaine-organisme, die in augustus 1994 op zijn bedrijf werd vastgesteld. De Minister wees dit verzoek af omdat de besmetting volgens hem het gevolg was van het aankopen van besmet plantmateriaal, wat tot het normale bedrijfsrisico van de ondernemer behoort.
Appellant voerde aan dat Nederland en België geen risicolanden zijn en dat hij alle redelijke voorzorgsmaatregelen had getroffen. Tevens stelde hij dat de Plantenziektekundige Dienst (PD) haar controlerende taak onvoldoende had uitgevoerd en dat een nabijgelegen maïsperceel mogelijk de besmettingsbron was.
Het College overwoog dat artikel 4 van Pro de Plantenziektenwet niet bedoeld is voor schade die tot het normale bedrijfsrisico behoort. Uit het onderzoek bleek dat de besmetting waarschijnlijk via aangekocht plantmateriaal was binnengebracht en niet door het maïsperceel. De PD had geen verwijtbare tekortkomingen in haar controles. De risicoaanvaarding in de ficusteelt, bekend sinds 1992, maakt dat de schade niet uitzonderlijk is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van tegemoetkoming in schade door besmetting met trips wordt ongegrond verklaard.