ECLI:NL:CBB:2000:AU1257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over heffingsaanslag Landbouwschap en weigering vermindering
Appellante voerde bezwaar aan tegen een heffingsaanslag van het Landbouwschap voor het jaar 1997, stellende dat de aanslag onjuist was, gebaseerd op schattingen en dat het Landbouwschap tekort was geschoten in belangenbehartiging. Tevens stelde zij dat haar landbouwgrond minder geschikt was voor vollegrondsgroenteteelt en dat zij schade had geleden door onrechtmatig handelen van de Landinrichtingsdienst.
Het Landbouwschap stelde dat de heffing gebaseerd was op de oppervlakte cultuurgrond die in gebruik was of bestemd was voor teelt en dat de heffing collectief werd ingezet voor algemene en sectorspecifieke belangen van de agrarische sector. De aanslag was ambtshalve vastgesteld vanwege het niet verstrekken van gegevens door appellante.
Het College oordeelde dat de heffingsverordeningen rechtmatig waren toegepast en dat er geen grond was om de aanslag te vernietigen. De verordeningen maken de heffing niet afhankelijk van het individuele profijt van de ondernemer. Ook werd geoordeeld dat het Landbouwschap binnen zijn wettelijke taak bleef en dat de door appellante aangevoerde omstandigheden geen reden gaven om de aanslag te verminderen of te laten vervallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de heffingsaanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsaanslag van het Landbouwschap wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.