ECLI:NL:CBB:2000:AU1261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering S&O-verklaring voor technisch nieuwe programmatuur
Appellante OHRA Dienstverlening B.V. heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de Minister van Economische Zaken van haar aanvraag voor een S&O-verklaring voor twee projecten met technisch nieuwe programmatuur. Het geschil betreft de vraag of de werkzaamheden direct en uitsluitend gericht zijn op de ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur zoals bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA).
De Minister heeft het beroep afgewezen omdat de aanvrager onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van technische nieuwheid en innovatie. De werkzaamheden betreffen vooral het integreren en toepassen van bestaande technologieën, zonder dat het werkingsprincipe van de programmatuur nieuw is. Het bouwen van programmatuur bestemd voor toepassing in de praktijk valt niet onder speur- en ontwikkelingswerk.
Appellante heeft aangevoerd dat het project een niet-triviale combinatie van methoden en technieken betreft en dat er sprake is van technische onzekerheid en innovatie. Deskundigen bevestigen de innovatieve aard. Het College oordeelt echter dat de WVA vereist dat het werkingsprincipe technisch nieuw moet zijn voor de aanvrager en dat bestaande technologieën niet zonder meer tot S&O kunnen leiden.
Het verzoek om benoeming van een deskundige wordt afgewezen omdat de beoordeling op basis van de overgelegde stukken kan plaatsvinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet heeft aangetoond dat haar werkzaamheden voldoen aan de wettelijke maatstaven voor technisch nieuwe programmatuur.
Het College wijst tevens het beroep op samenwerkingsprojecten af omdat de werkzaamheden van appellante niet direct en uitsluitend gericht zijn op technisch-wetenschappelijk onderzoek. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende technische nieuwheid is aangetoond.