AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling of Verzekerd Keur het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent volgens de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
Verzekerd Keur B.V. stelde beroep in tegen een besluit van de Verzekeringskamer waarin werd vastgesteld dat zij het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent zonder vergunning. De kern van het geschil betrof de vraag of de certificatie- en garantieactiviteiten van Verzekerd Keur als schadeverzekeringsbedrijf kwalificeren onder de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv).
De Verzekeringskamer stelde dat Verzekerd Keur door het afgeven van verzekerde kwaliteitsverklaringen en het overnemen van aansprakelijkheden van deelnemers jegens afnemers, feitelijk schadeverzekeringsactiviteiten verricht. Verzekerd Keur betoogde dat haar activiteiten primair kwaliteitskeuringen zijn en geen verzekeringsovereenkomsten, omdat er geen sprake is van risico-overdracht en het onzekere voorval ontbreekt.
Het College oordeelde dat ook indien slechts een deel van de activiteiten als schadeverzekeringsbedrijf kan worden aangemerkt, dit voldoende is voor toepassing van de Wtv. Het Verzekerd Keur Generiek certificaat richt zich rechtstreeks tot de afnemer en bevat een garantie tot schadevergoeding bij niet-naleving van technische specificaties. De vergoeding van deelnemers heeft kenmerken van een premie, en er is sprake van risico-overdracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Verzekerd Keur wordt ongegrond verklaard en het besluit dat zij het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent wordt bevestigd.
Uitspraak
AM
College van Beroep voor het bedrijfsleven
No. AWB 98/1176 26 april 2000
22300
Uitspraak in de zaak van:
[naam 1] B.V., rechtsopvolgster van Verzekerd Keur B.V., te [plaats],
appellante,
gemachtigde: mr P.P. Engelman, advocaat te Rotterdam
tegen
de Verzekeringskamer, te Apeldoorn, verweerster,
gemachtigde: mr G.R. Boshuizen en mr J.H.J. Meijer, werkzaam bij verweerster
1. De procedure
Op 13 november 1998 heeft het College van de rechtsvoorgangster van appellante (hierna:
Verzekerd Keur) een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een
besluit van verweerster van 1 oktober 1998.
Bij dat besluit is ongegrond verklaard het bezwaar dat Verzekerd Keur heeft gemaakt tegen
de beschikking als bedoeld in artikel 18 vanPro de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
(hierna: Wtv) volgens welke de activiteiten van Verzekerd Keur uitoefening van het
schadeverzekeringsbedrijf opleveren.
Op 9 december 1998 zijn de gronden van het beroep aangevoerd.
Bij schrijven van 29 januari 1999 heeft verweerster een verweerschrift ingediend.
Bij brieven van 17 augustus 1999 en 17 september 1999 heeft verweerster verzocht de zaak
met toepassing van artikel 8:52 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) versneld
te behandelen.
Bij beschikking van 15 november 1999 heeft het College dit verzoek ingewilligd.
Op 30 maart 2000 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, alwaar partijen, bij
monde van hun gemachtigden hun standpunten nader hebben doen toegelicht. Aan de zijde
van appellante is tevens verschenen: [naam 2], directeur van appellante.
2. De grondslag van het geschil
2.1 Artikel 18, eerste lid, Wtv luidt:
"Artikel 18
1. De Verzekeringskamer beslist voor de toepassing van deze wet of een
handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het
schadeverzekeringsbedrijf, het levensverzekeringsbedrijf of een andersoortig
bedrijf vormt en of een handeling of een samenstel van handelingen al dan niet
uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit een vestiging in Nederland
vormt. Zij beslist tevens tot welke branche of branches een overeenkomst van
verzekering behoort."
Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten
en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Bij schrijven van 28 januari 1998 heeft verweerster Verzekerd Keur in kennis gesteld
van haar voorlopige indruk dat zij door het afgeven van verzekeringscertificaten dan
wel kwaliteitsverklaringen het schadeverzekeringsbedrijf in de zin van de Wtv
uitoefent, zonder te beschikken over de daartoe vereiste vergunning. Verweerster
heeft Verzekerd Keur in verband daarmede verzocht om het overleggen van alle
relevante gegevens.
- Op 23 februari 1998 heeft Verzekerd Keur verweerster de gevraagde informatie
toegezonden.
- Bij schrijven van 23 maart 1998 heeft verweerster Verzekerd Keur onder meer doen
weten:
" Uit zowel de door u toegezonden documentatie als uit reeds in ons bezit zijnde
gegevens maken wij op dat bedrijven die een product of een dienst aanbieden
(hierna: deelnemer) met Verzekerd Keur B.V. een zogenoemde Verzekerd
Keur Overeenkomst kunnen sluiten. De door de deelnemer te leveren prestaties
worden vermeld op een certificaat met de naam Verzekerd Keur Generiek. Dit
certificaat, zijnde een verzekerde kwaliteitsverklaring, maakt deel uit van de
Verzekerd Keur Overeenkomst. Als gevolg van deze overeenkomst neemt
Verzekerd Keur B.V. de aansprakelijkheden van de deelnemer, ten opzichte
van zijn consumenten of afnemers van de diensten of producten, over. Een
opdrachtgever of cli‰nt die een dienst of opdracht van de deelnemer afneemt
(hierna: de rechtverkrijgende afnemer) verkrijgt het Verzekerd Keur Generiek-
certificaat. Op dit document staat aangegeven dat Verzekerd Keur B.V. zich
verbindt tot het vergoeden van de schade, indien de op het Verzekerd Keur
Generiek aangegeven prestaties van de deelnemer niet worden bereikt c.q.
nageleefd.
Op grond van het bovenstaande is de Verzekeringskamer vooralsnog van
mening dat door uw maatschappij het schadeverzekeringsbedrijf wordt
uitgeoefend in branche 15 Borgtocht, als bedoeld in artikel 15 vanPro de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
(.)
Tegen betaling van de deelnamevergoeding (premie) wordt, op grond van de
Verzekerd Keur Overeenkomst en het Verzekerd Keur Generiek-certificaat, de
aansprakelijkheid van de deelnemer voortvloeiende uit het niet c.q. het niet
overeenkomstig de toegezegde prestaties, zoals in het Verzekerd Keur
Generiek neergelegd, presteren overgeheveld naar Verzekerd Keur B.V.
(risico-overdracht). Verzekerd Keur B.V. verplicht zich, eveneens op grond van
het Verzekerd Keur Generiek, tot vergoeding van de bij de rechtverkrijgende
afnemer ontstane schade (schadeloosstelling). Op het moment van het aangaan
van de Verzekerd Keur Overeenkomst is het niet te voorzien of ook
daadwerkelijk een rechtverkrijgende afnemer aanspraak op het Verzekerd Keur
Generiek zal maken (onzeker voorval)."
- Bij brief van 4 mei 1998 heeft Verzekerd Keur dit voorlopige standpunt van
verweerster bestreden.
- Op 17 juni 1998 heeft verweerster op grond van artikel 18, eerste lid, Wtv een
beschikking genomen, er toe strekkende dat Verzekerd Keur het
schadeverzekeringsbedrijf uitoefent vanuit Nederland in branche 15. Borgtocht.
- Op 14 juli 1998 heeft Verzekerd Keur tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Op 26 augustus 1998 is een hoorzitting gehouden, alwaar het standpunt van
Verzekerd Keur is bepleit.
- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.
3. Het standpunt van verweerster
In het bestreden besluit en het verweerschrift heeft verweerster- samengevat - onder meer
het volgende overwogen.
Het primaire besluit dient te worden herroepen in zoverre het strekt tot indeling van het
door Verzekerd Keur uitgeoefende verzekeringsbedrijf in branche 15. Borgtocht. Mede op
grond van hetgeen ter hoorzitting is aangevoerd, is verweerster thans van oordeel dat
sprake is van uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf in branche 13. Algemene
aansprakelijkheid en/of branche 16. Diverse geldelijke verliezen, beide als bedoeld in
Eveneens juist acht het College de stelling van verweerster dat de verklaring zich richt tot
de afnemer uit hoofde van de overeenkomst die Verzekerd Keur heeft gesloten met de
deelnemer. Die overeenkomst strekt blijkens haar tekst tot het formuleren van de
technische specificaties van producten van de deelnemer, het doorlopen van een uitgebreid
keuringstraject en het vervolgens uitsluitend nog met een Verzekerd Keur Generiek in het
economisch verkeer brengen van de producten, onder gelijktijdige overname door
Verzekerd Keur van de op dat keur aanvaarde aansprakelijkheden.
Hiervoor is de deelnemer aan Verzekerd Keur per deelnamejaar een vergoeding
verschuldigd, die ingevolge artikel 5, onder A van de overeenkomst gebaseerd is op de
door de producent opgegeven (geprognosticeerde) jaaromzet, te behalen met de onder het
Verzekerd Keur Generiek te leveren prestatie. In onderdeel H van artikel 5 isPro bepaald dat,
indien de producent de door hem verschuldigde deelnamevergoeding niet heeft voldaan,
Verzekerd Keur in geval van schade regresrecht behoudt ten opzichte van de producent.
Het College kan appellante niet volgen in haar stelling dat deze overeenkomst niet mede
strekt tot overdracht van het risico van de deelnemer dat de producten niet voldoen aan de
gegarandeerde technische specificaties aan Verzekerd Keur en dat Verzekerd Keur
uitsluitend een eigen aansprakelijkheid voor de gedegenheid van haar keuringsactiviteiten
aanvaardt jegens de afnemer.
Niet valt in te zien waarom zo'n eigen aansprakelijkheid van Verzekerd Keur, naar
appellante stelt haar grondslag zou moeten vinden in de overeenkomst tussen Verzekerd
Keur en de deelnemer.
De voorstelling van zaken strookt voorts niet met de tekst van de aansprakelijkstelling op
het Verzekerd Keur Generiek, die ziet op de technische kenmerken van de producten - niet
op de keuringsactiviteiten - noch met de overgelegde 'Basisprincipes van de Verzekerd
Keur Systematiek', waarin immers als voordelen voor de deelnemers uitdrukkelijk zijn
vermeld dat de deelnemers geen onzekerheid meer hebben over afnemersrisico en geen
eigen risico meer hebben voor schade.
Bovendien volgt het College verweerster in haar stelling dat er een duidelijk verband
bestaat tussen de door de deelnemer te betalen vergoeding en de door Verzekerd Keur
jegens de afnemer aanvaarde aansprakelijkheid, waardoor ten minste een deel van die
vergoeding het karakter van premie niet kan worden ontzegd. De hoogte van de vergoeding is immers niet gerelateerd aan de aard, de intensiteit en de omvang van de door Verzekerd
Keur te verrichten keuringsactiviteiten, maar aan de jaaromzet die wordt behaald met de
onder het Verzekerd Keur Generiek te leveren prestaties, anders gezegd aan het aantal aan
de afnemers afgegeven aansprakelijkheidsverklaringen. Ook valt niet in te zien hoe het niet
betalen van de vergoeding kan leiden tot regresrecht ten opzichte van de betrokken
deelnemer ter zake van schadeplichtigheid van Verzekerd Keur uit hoofde van haar
aansprakelijkheid jegens een afnemer, indien tussen de vergoedingsplicht van de deelnemer
en de aansprakelijkheid van Verzekerd Keur geen enkel verband zou bestaan.
De grief van appellante dat niet sprake is van een 'onzeker voorval' als bedoeld in artikel
246 WvK stuit af op de door verweerster aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad van 4
januari 1980, NJ 1984, 305, volgens welke het onzekere voorval dat de schade doet
ontstaan gezocht kan worden in het "aan het licht komen van het eigen gebrek".
Mede gelet op hetgeen door verweerster ter zitting omtrent de bestaande rechtspraktijk naar
voren is gebracht, ziet het College geen grond voor het oordeel dat het, in afwijking van het
regelend recht neergelegd in artikel 249 WvKPro, uitsluitend of overwegend verzekeren van
schade uit eigen gebrek zo uitzonderlijk is dat daarom, ook indien voldaan is aan de
reguliere kenmerken van het schadeverzekeringsbedrijf in de zin van de Wtv, niettemin
twijfel zou kunnen rijzen of sprake is van het uitoefenen van zodanig bedrijf.
Nu de beoordeling van de grieven niet leidt tot het oordeel dat verweerster niet in
redelijkheid tot het bestreden besluit ex artikel 18 WtvPro heeft kunnen komen, moet het
beroep van appellante ongegrond worden verklaard.
Het College acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op voet van artikel
8:75 Awb.
6. De beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gewezen door mr B. Verwayen, mr C.M. Wolters en mr M. Vlasblom in
tegenwoordigheid van mr J.J.P. Bosman, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op