ECLI:NL:CBB:2001:AB0039
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toelating bestrijdingsmiddel Liberty
Verzoeker, een tuinder, stelde beroep in tegen het besluit van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) om het middel Liberty toe te laten voor gebruik in de teelt van genetisch gemodificeerde, herbicide-tolerante maïs. Verzoeker vreesde schade door drift van het middel naar zijn moestuin en stelde dat het CTB onvoldoende milieurisico's had meegewogen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening strekte tot schorsing van het besluit. Verzoeker voerde aan dat het middel zonder kap over het gewas gespoten kan worden, wat schade kan veroorzaken aan aangrenzende gewassen. Ook stelde hij dat de toxicologische en milieubeoordelingen onvolledig waren.
De president oordeelde dat het belang van verzoeker niet rechtstreeks bij het besluit was betrokken, omdat de mogelijke schade slechts zou kunnen optreden als daadwerkelijk genetisch gemodificeerde maïs in de nabijheid wordt geteeld en het middel wordt gebruikt. Dit was niet het geval. Daarnaast was geen sprake van spoedeisendheid.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de uitspraak gedaan met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toelating van bestrijdingsmiddel Liberty is afgewezen wegens ontbreken van rechtstreeks belang en spoedeisendheid.