ECLI:NL:CBB:2001:AB0251
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Schorsing procedurele verlenging toelating chloorthalonil bestrijdingsmiddelen wegens strijd met toelatingscriteria
Verzoekster, de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie, heeft bezwaar gemaakt tegen de procedurele verlenging van de toelating van bestrijdingsmiddelen met werkzame stof chloorthalonil door het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB). Deze verlenging was verleend tot 1 april 2001, ondanks dat volgens het College niet is vastgesteld dat de middelen voldoen aan de milieutoelatingseisen zoals gesteld in de Bestrijdingsmiddelenwet en de Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995.
De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven overwoog dat de procedurele verlenging slechts een termijn geeft om te beoordelen of nog steeds aan de toelatingsvoorwaarden wordt voldaan. Omdat het College zelf had vastgesteld dat niet aan deze voorwaarden werd voldaan, was verlenging niet toegestaan. De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht konden dit niet rechtvaardigen.
Verzoekster had voldoende spoedeisend belang omdat de middelen ook in de winterperiode worden gebruikt en de verlenging tot 1 april 2001 zou leiden tot voortgezet gebruik ondanks het ontbreken van een geldige toelating. De belangen van Zeneca Agro B.V. om het product op de markt te houden werden niet als relevant beschouwd bij de toelating.
De president besloot daarom de verlengingsbesluiten te schorsen met ingang van 24 februari 2001 en bepaalde dat de middelen behandeld worden alsof de toelating niet was verlengd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De procedurele verlenging van de toelating van chloorthalonil bestrijdingsmiddelen is geschorst omdat niet wordt voldaan aan de wettelijke toelatingscriteria.