ECLI:NL:CBB:2001:AB0304
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en aansprakelijkheid bij niet-zuivering T1-documenten melkpoeder
Appellante, een douane-expediteur, kreeg uitnodigingen tot betaling van landbouwheffing wegens niet-zuivering van T1-documenten voor extern communautair douanevervoer van melkpoeder naar Togo. De Nederlandse douane stelde dat sprake was van onttrekking aan het douanetoezicht, mogelijk in Frankrijk of Spanje, maar dat de eerste onttrekking in Nederland had plaatsgevonden, waardoor de bevoegdheid tot inning bij Nederland bleef.
Appellante voerde aan dat zij niet aansprakelijk was en dat de bevoegdheid tot inning bij de Franse of Spaanse autoriteiten lag, omdat daar de overtreding had plaatsgevonden. Tevens stelde zij dat zij onvoldoende toegang had tot relevante stukken en dat dit het recht op een eerlijk proces schond.
Het College oordeelde dat de uitnodigingen tot betaling terecht waren gebaseerd op artikel 204 CDW Pro en dat verweerder aan zijn onderzoeksplicht had voldaan door een verzoek tot nasporing te sturen. Appellante had niet binnen de gestelde termijn bewijs geleverd van regelmatigheid van het vervoer of de plaats van overtreding.
Het College verwierp de bezwaren over de bevoegdheid tot inning en het ontbreken van medewerking van de FIOD. De beroepen werden ongegrond verklaard, waarbij de Nederlandse douane bevoegd bleef tot inning ondanks de onduidelijkheid over de plaats van onttrekking.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de aanslagen landbouwheffing wegens niet-zuivering van T1-documenten worden ongegrond verklaard en de bevoegdheid tot inning blijft bij de Nederlandse douane.