ECLI:NL:CBB:2001:AB0526
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving als werkzoekende wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellant, een Marokkaanse nationaliteit, verzocht om inschrijving als werkzoekende, maar de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland weigerde dit omdat appellant niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning zonder beperkingen voor arbeid. Appellant voerde aan dat hij recht had op inschrijving vanwege een sticker in zijn paspoort die arbeid toestond en dat de weigering discriminerend zou zijn.
Het College stelde vast dat appellant geen verblijfsdocument had zoals vereist in artikel 69 van Pro de Arbeidsvoorzieningswet 1996. De sticker in het paspoort werd niet gelijkgesteld aan een verblijfsdocument. Ook werd geoordeeld dat het discriminatieverbod uit de Grondwet en het Bupo-verdrag niet was geschonden, omdat het onderscheid op objectieve en redelijke gronden was gebaseerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het besluit van de Regionale Directie werd bevestigd, waarmee de weigering tot inschrijving als werkzoekende rechtmatig was.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot inschrijving als werkzoekende wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning zonder arbeidsbeperkingen.