ECLI:NL:CBB:2001:AB0533
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek voor infrarood-branders en ovens in broodbakkerij
Appellanten, exploitanten van een broodbakkerij, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die investeringen in Thermo-Power Wagenovens niet erkenden als energie-investeringen voor de energie-investeringsaftrek (EIA). Alleen de infrarood-branders en regelaars werden erkend als zodanig.
Het geschil betrof de vraag of de ovens als bestanddeel van de infrarood-branders konden worden aangemerkt en daarmee in aanmerking kwamen voor de EIA. Appellanten stelden dat de ovens technisch onlosmakelijk verbonden zijn met de branders en dat de energiebesparing alleen met de combinatie kan worden bereikt.
Het College oordeelde dat de Energielijst 1998 een limitatieve opsomming bevat van bedrijfsmiddelen die voor de EIA in aanmerking komen. De ovens stonden niet op deze lijst en konden niet als bestanddeel worden aangemerkt, omdat zij technisch niet noodzakelijk zijn voor het functioneren van de branders. Bovendien is het nut of de energiebesparing door de combinatie geen criterium voor opname op de lijst.
Daarom verklaarde het College de beroepen ongegrond en bevestigde het besluit van de Minister. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard; alleen investeringen in infrarood-branders en regelaars komen in aanmerking voor energie-investeringsaftrek, niet de ovens.