ECLI:NL:CBB:2001:AB0541
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premieaanvragen op grond van verwevenheid bedrijfsactiviteiten en bedrijfssplitsing
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin zijn aanvragen om toekenning van premies ingevolge de Regeling dierlijke EG-premies voor de jaren 1997, 1998 en 1999 zijn afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op de constatering dat er sprake was van een verwevenheid van bedrijfsactiviteiten tussen appellant en zijn vader, waardoor feitelijk slechts één bedrijf bestond.
Appellant voerde aan dat hij voor eigen rekening en risico stieren hield en dat de splitsing van het bedrijf niet was bedoeld om premies te verkrijgen, maar om geleidelijk een eigen bedrijf op te bouwen. Tevens stelde hij dat hij in 1996 wel premie had ontvangen voor soortgelijke activiteiten, wat volgens hem wijst op inconsistent beleid van verweerder.
Het College oordeelde dat appellant niet zelfstandig als producent kan worden aangemerkt omdat slechts één bedrijfsvoering valt aan te wijzen. De verzorging van de stieren door zijn vader en de verwevenheid van bedrijfsactiviteiten ondersteunen niet de stelling van een zelfstandige bedrijfsvoering. Het ontvangen van premie in 1996 verplicht verweerder niet om ook voor latere jaren premie toe te kennen, zeker niet indien verweerder niet op de hoogte was van alle relevante feiten. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van premieaanvragen worden ongegrond verklaard wegens verwevenheid van bedrijfsactiviteiten en het ontbreken van zelfstandige bedrijfsvoering.