ECLI:NL:CBB:2001:AB0543
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering inschrijving als werkzoekende wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, werd door de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Midden-Nederland geweigerd als werkzoekende ingeschreven te worden omdat hij niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning zonder beperkingen voor arbeid. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat hij in 1996 al als werkzoekende was ingeschreven ondanks een minder stabiele verblijfsstatus en dat hij bezwaar had gemaakt tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunningaanvraag. Tevens stelde hij dat hij inmiddels over een verblijfsvergunning beschikte. Het College stelde vast dat appellant ten tijde van het bestreden besluit niet beschikte over een verblijfsdocument dat hem recht gaf op inschrijving als werkzoekende.
Het College oordeelde dat lopende bezwaar- en voorlopige voorzieningsprocedures tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning geen verblijfsrechtelijke status opleveren die gelijkgesteld kan worden met een geldige vergunning. De latere verkrijging van een verblijfsvergunning is een nieuwe feitelijke situatie die niet relevant is voor de beoordeling van het bestreden besluit. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H.C. Cusell op 1 maart 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot inschrijving als werkzoekende wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.