ECLI:NL:CBB:2001:AB0897
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Th. J. van Gessel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen doding en vaccinatie van zeldzame Schoonebeeker Heideschapen
Verzoekers, eigenaren en belanghebbenden van zeldzame Schoonebeeker Heideschapen, verzochten om ontheffing van maatregelen tot doding en vaccinatie gevolgd door doding van hun dieren in verband met een uitbraak van mond- en klauwzeer nabij hun bedrijf. Zij stelden dat de Richtlijn 85/511/EEG en de Europese Beschikking 2001/246/EG geen verplichting tot ruiming voorschrijven en dat het beleid onvoldoende rekening houdt met het behoud van zeldzame rassen en genetisch materiaal.
Verweerder, de Minister van Landbouw en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, handhaafde het beleid van preventieve ruiming en noodvaccinatie gevolgd door doding, gebaseerd op nationale wetgeving en Europese regelgeving, met het oog op het voorkomen van verdere verspreiding van de ziekte en het beschermen van de veehouderijsector. Verweerder stelde dat uitzonderingen voor zeldzame rassen niet gerechtvaardigd zijn vanwege het risico op verspreiding en het grote aantal vatbare dieren.
De president van het College oordeelde dat verzoekers onder 1 en 2 ontvankelijk zijn, maar dat de belangen van andere verzoekers onvoldoende direct betrokken zijn. De president concludeerde dat verweerder bevoegd is tot het nemen van de maatregelen en dat de belangenafweging niet onredelijk is. De mogelijke bedreiging van uitsterven van de Schoonebeeker Heideschapen is niet aannemelijk gemaakt. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de maatregelen van doding en noodvaccinatie van Schoonebeeker Heideschapen wordt afgewezen.