ECLI:NL:CBB:2001:AB1022
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking ontheffing winkeltijdenwet
Verzoeker exploiteert een bakkerij en had op grond van de Winkeltijdenwet 1996 een ontheffing gekregen om op zondag open te zijn, mits de winkel op vrijdag, zijn religieuze rustdag, gesloten bleef. Verweerders constateerden dat verzoeker op meerdere vrijdagen de winkel toch openhield, wat leidde tot het besluit de ontheffing in te trekken.
Verzoeker stelde dat op de betreffende dagen de winkel niet voor publiek geopend was en dat activiteiten zoals het ontvangen van schoolkinderen en schoonmaak plaatsvonden. Hij ontkende brood te bakken voor verkoop op de rustdag en voerde aan dat hij de winkeltijden niet goed begreep. Tevens overhandigde hij een handtekeningenlijst van klanten die de zondagopenstelling steunen.
De president oordeelde dat de processen-verbaal voldoende bewijs leverden dat de winkel op de rustdag open was en dat de religieuze overtuiging niet zodanig dwingend was dat de winkel op vrijdag gesloten bleef. Het economische motief van verzoeker woog niet mee. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen omdat het niet aannemelijk was dat het bezwaar of beroep tegen het intrekkingsbesluit zou slagen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de ontheffing voor zondagopenstelling wordt afgewezen.