ECLI:NL:CBB:2001:AB1027
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- I.K. Rapmund
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaccinatie en doding van dieren bij mond- en klauwzeer
Verzoekster exploiteert een bedrijf waar verweerder heeft besloten alle evenhoevige en mond- en klauwzeergevoelige dieren als verdacht te bestempelen en te vaccineren en vervolgens te doden vanwege een besmetting bij een nabijgelegen bedrijf. Verzoekster betwist de rechtmatigheid van het besluit, met name omdat haar bedrijf slechts gedeeltelijk binnen de 2 kilometerzone ligt en haar dieren niet besmet zijn.
De president van het College toetst het besluit marginaal en oordeelt dat verweerder op redelijke gronden heeft vastgesteld dat het bedrijf van verzoekster binnen de risicogebied valt. De ruime definitie van verdachte dieren en de noodzaak tot spoedige bestrijding van de ziekte rechtvaardigen de maatregelen. De rigoureuze maatregelen zijn niet onredelijk gelet op het mogelijke epidemische karakter van de ziekte en de noodzaak tot preventieve bestrijding.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat het besluit kennelijk onredelijk is. De president ziet geen aanleiding om partijen te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot vaccinatie en doding van dieren wordt afgewezen.