ECLI:NL:CBB:2001:AB1289
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervoer vers vlees bij mond- en klauwzeer
Verzoeksters, een organisatie en haar leden, verzochten de minister van Landbouw om bevestiging dat zij vers vlees van dieren uit het bijlage I-gebied buiten dat gebied binnen Nederland mochten vervoeren, zonder dat het vlees Nederland verlaat. Tevens vroegen zij aanpassing van instructies aan de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Na herhaalde verzoeken en bezwaar tegen weigering, verzochten zij de president van het College om een voorlopige voorziening om het verhinderen van deze handelingen te verbieden.
De president behandelde het verzoek en oordeelde dat het verzoek om ontheffing van het vervoersverbod als een aanvraag tot het nemen van een beschikking kon worden gezien. De minister had niet tijdig op het verzoek beslist, wat als een fictieve weigering werd beschouwd. De belangen van verzoeksters waren rechtstreeks betrokken, gezien hun bedrijfseconomische belangen.
De president stelde vast dat de Europese Beschikking 2001/223/EG, die beschermende maatregelen tegen mond- en klauwzeer regelt, niet alleen export maar ook binnenlands vervoer van vers vlees uit bijlage I-gebied verbiedt om verspreiding van het virus te voorkomen. De Regeling van de minister was in overeenstemming met deze Beschikking. Daarom stond het de minister niet vrij de gevraagde ontheffing te verlenen.
Gelet op deze overwegingen wees de president het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde geen van de partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het vervoer van vers vlees uit bijlage I-gebied naar andere delen van Nederland blijft verboden.