ECLI:NL:CBB:2001:AB1319
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake voorlopige voorziening bij weigering invoer zuivelproduct
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) om een partij 'chocolate milk crumb' uit Aruba toe te laten in Nederland. Zij verzochten de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening te treffen die de weigering opschort en het product in het vrije verkeer binnen de Europese Gemeenschap toelaat.
De procedure werd behandeld op 21 maart 2001. De weigering was gebaseerd op artikel 16 van Pro de Warenwetregeling Zuivelbereiding, dat eisen stelt aan invoer van melkproducten uit derde landen. De Wet van 11 november 1999 tot wijziging van de Warenwet trad op 1 februari 2001 in werking, waarbij artikel 23 van Pro de Warenwet werd gewijzigd en de rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd werd voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet.
De president constateerde dat het geschil zich na de inwerkingtreding van deze wetswijziging voordeed en dat het College daarom niet bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening. De bevoegdheid lag bij de rechtbank Rotterdam. Daarom verklaarde de president zich onbevoegd en droeg het verzoekschrift over aan de rechtbank Rotterdam.
Er werden geen termijnen voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro vastgesteld. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 28 maart 2001.
Uitkomst: De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart zich onbevoegd en draagt het verzoek om voorlopige voorziening over aan de rechtbank Rotterdam.