ECLI:NL:CBB:2001:AB1320
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake voorlopige voorziening bij geschil over invoerbesluit zuivelproducten
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) tot weigering van invoer van een partij 'cacoa-premix D' uit Curaçao, met een netto gewicht van 119.801 kg, op grond van artikel 16 van Pro de Warenwetregeling Zuivelbereiding. Zij verzochten bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen totdat het bezwaar gegrond zou worden verklaard of de bodemprocedure was afgerond.
De procedure werd behandeld op 21 maart 2001. De grondslag van het geschil betreft de toepassing van Europese richtlijnen en nationale regelgeving omtrent de invoer van zuivelproducten uit derde landen, waarbij onder meer de Warenwetregeling Zuivelbereiding en de Europese Richtlijn 92/46/EEG relevant zijn. Het besluit van de RVV is gebaseerd op het ontbreken van de vereiste garanties en certificaten.
De president van het College constateert dat sinds 1 februari 2001, door een wetswijziging van de Warenwet, de rechtbank te Rotterdam bevoegd is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet. Gezien het feit dat het bestreden besluit dateert van na deze datum, is het College niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening.
Daarom verklaart de president zich onbevoegd en draagt het verzoekschrift om voorlopige voorziening door aan de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling van het geschil gegeven, en er is geen voorlopige voorziening getroffen.
Uitkomst: De president van het College verklaart zich onbevoegd en draagt het verzoek om voorlopige voorziening over aan de rechtbank Rotterdam.