ECLI:NL:CBB:2001:AB1382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar architectenexamen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de examencommissie om hem het architectenexamengetuigschrift niet toe te kennen. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, namelijk op 22 december 1998, terwijl de termijn eindigde op 21 december 1998.
Appellant voerde persoonlijke omstandigheden aan voor de termijnoverschrijding en stelde dat hij op 22 december het bezwaar schreef en die dag aangetekend wilde versturen. De examencommissie handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring omdat de overschrijding niet verschoonbaar was.
Het College oordeelde dat de examencommissie niet bevoegd was om op het tweede bezwaar te beslissen en dat het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring in strijd was met de Awb omdat appellant niet vooraf is gehoord en de motivering ontbrak. Daarom werd het besluit vernietigd.
Echter, het College liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat appellant bewust koos om het bezwaar later te schrijven vanwege werkprioriteiten, waardoor de termijnoverschrijding voor zijn rekening komt.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten van 12 januari en 31 maart 1999, en bepaalde dat appellant het griffierecht vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.