ECLI:NL:CBB:2001:AB1383
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling registratieplicht bij Bedrijfschap Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf
Appellant maakte bezwaar tegen de registratie van zijn onderneming bij het Bedrijfschap Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf, omdat hij meende dat zijn werkzaamheden niet onder de werkingssfeer van het bedrijfschap vielen. Verweerder handhaafde de registratie en stelde dat de activiteiten van appellant, het met gips dichten van lijmnaden, wel degelijk onder de niet-constructieve afbouw vielen zoals omschreven in de Instellingsverordening en de daarbij behorende toelichting.
Het College oordeelde dat de beslistermijn door verweerder was overschreden, maar dat dit niet leidde tot het vervallen van het recht om het bezwaar ongegrond te verklaren. De Kamer van Koophandel werd niet als bevoegd aangemerkt om over de registratieplicht te beslissen. Het College stelde vast dat de werkzaamheden van appellant overeenkomen met de omschrijving van het stukadoors- en afbouwbedrijf, mede ondersteund door het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven en de toepasselijke CAO's.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant dit niet met concrete gegevens onderbouwde en verweerder stelde dat het vaste praktijk was om soortgelijke ondernemingen te registreren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de registratie bij het bedrijfschap wordt ongegrond verklaard.